06/05/2026
AuDHD Autisme en ADHD
AuDHD
Inleiding
Een onderzoek door Nederlandse universiteiten liet zien dat 20 tot 50 % van de kinderen met ADHD ook zouden voldoen aan de criteria van autisme.
Kinderen die eerst ADHD kregen, kregen later pas een autismediagnose—vooral meisjes. Dit roept de vraag op hoeveel kinderen wel bekend zijn, maar niet echt opgemerkt worden.
AuDHD is geen officiële DSM-diagnose; het is een term voor mensen met kenmerken van zowel autisme als ADHD. Het meeste valt op de ADHD. Bijvoorbeeld: veel en gemakkelijk kunnen vertellen, veel vrienden hebben en associaties maken tijdens het praten. Dat past niet bij autisme. Volwassenen met autisme hebben vaker weinig of geen vrienden en praten niet zo gemakkelijk over alles wat ze meemaken. Natuurlijk zijn er nog andere verschillen. Deze staan naast elkaar onderaan dit blog.
Bij de meesten cliënten (in mijn praktijk) was er eerst de diagnose ADHD en jaren later autisme. De vraag van de client met AuDHD is “zie jij bij mij autisme kenmerken”?
Wij, volwassenen met autisme, weten al geruime tijd dat ADD-kenmerken vaak naast autisme voorkomen. Ook hulpverleners zijn zich al lang bewust van deze overlapping. Wanneer iemand erg druk is, denken we eerder aan ADHD dan aan autisme.
In dit blog:
ADHD en autisme
Hoeveel later komt die autismediagnose?
Waarom meisjes extra vaak buiten beeld blijven
Niet altijd een foute diagnose
De gevolgen van een later herkenning in de praktijk
Waar ouders, leerkrachten en hulpverleners op kunnen letten
Minder hokjes, beter kijken
Bijlage 1 Verschillen en overeenkomsten Autisme/ADHD
Bijlage 2 Aanvullende informatie
ADHD en autisme
Bij allebei de diagnose kunnen problemen voorkomen met aandacht, emotieregulatie, planning, overprikkeling en sociale situaties.
Neem een kind dat door anderen heen praat, onrustig is in de klas en slecht lijkt te luisteren. Dan denk je eerder aan ADHD. Maar wat als dat kind niet doorheeft wanneer het aan de b***t is? Of sociale signalen mist? Of zo gespannen raakt van groepsdruk en onverwachte veranderingen dat het juist daarom ontploft? Dan kan autisme minstens zo relevant zijn.
Andersom geldt ook iets. Een kind met autisme kan erg onrustig overkomen. Niet per se omdat het “druk” is in klassieke ADHD-zin, maar omdat de omgeving te veel is. Omdat instructies te vaag zijn. Omdat de dag niet voorspelbaar genoeg verloopt. Of omdat het brein voortdurend bezig is met filteren, compenseren en herstellen.
En dan ontstaat verwarring. Gedrag dat eruitziet als aandachtsprobleem kan ook het gevolg zijn van overbelasting. Impulsiviteit kan soms meer lijken op paniek of frustratie. Sociale botsingen kunnen ten onrechte worden gelezen als slordigheid of gebrek aan remming, terwijl er ook sprake kan zijn van moeite met afstemming.
Hoeveel later komt die autismediagnose?
De studie gebruikte gegevens uit het Nederlands Autisme Register en vergeleek mensen met autisme die eerder al ADHD hadden gekregen met mensen die wel autisme hadden, maar geen eerdere ADHD-diagnose. Bij kinderen en jongeren bleek het verschil duidelijk: wie eerst ADHD had gekregen, kreeg de diagnose autisme gemiddeld ongeveer 1,8 jaar later. In een kinderleven is dat veel. Zeker als die jaren samenvallen met de basisschool, de overstap naar de middelbare school of de periode waarin sociale verschillen steeds zichtbaarder worden.
Een kind van zes dat pas op bijna achtjarige leeftijd de juiste bredere uitleg krijgt, heeft intussen al heel wat kunnen meemaken: misverstanden, straf voor gedrag dat eigenlijk stress was, onbegrip van klasgenoten, of hulp die net niet aansluit.
Bij jongens bedroeg de vertraging in dit onderzoek ongeveer anderhalf jaar. Bij meisjes was dat ruim tweeënhalf jaar. Dat is een groot verschil.
Interessant is ook dat die vertraging niet simpelweg kon worden weggewuifd met het argument dat deze kinderen “milder” autisme zouden hebben. De onderzoekers hielden rekening met de ernst van autistische kenmerken, en toch bleef het effect bestaan. Met andere woorden: de eerdere ADHD-diagnose leek op zichzelf samen te hangen met latere herkenning van autisme.
Bij volwassenen werd in deze studie geen duidelijk verschil gevonden. Maar daar moet meteen een grote kanttekening bij: veel volwassenen in zulke onderzoeken zijn sowieso laat herkend. Dan is het moeilijker om nog precies te zien welk deel van de vertraging door ADHD komt en welk deel door de tijdgeest, oude diagnostische gewoonten of simpelweg jarenlang gemist worden.
Waarom meisjes extra vaak buiten beeld blijven
Als er één thema is dat de laatste jaren steeds vaker terugkomt in gesprekken over autisme, dan is het dit: meisjes en vrouwen worden nog altijd te vaak laat herkend.
Dat zie je ook in deze studie terug. Meisjes die eerder ADHD hadden gekregen, moesten gemiddeld nog langer wachten op een autismediagnose dan jongens. Dat past bij wat veel clinici, onderzoekers en laat gediagnosticeerde vrouwen al langer beschrijven.
Autisme ziet er bij meisjes niet altijd uit zoals hulpverleners, leerkrachten of ouders het verwachten. Minder opvallend betekent helaas niet minder belastend. Sommige meisjes observeren veel, kopiëren sociaal gedrag, lachen op de juiste momenten en lijken daardoor “best sociaal”. Maar dat kan keihard werken zijn. Alsof je de hele dag meespeelt in een toneelstuk waarvoor je het script pas vijf seconden van tevoren krijgt.
Daardoor vallen ze minder op. Zeker als ze daarnaast ook kenmerken van ADHD hebben. Dan verschuift de aandacht makkelijk naar drukte, chaotisch gedrag, dromerigheid of emotionele ontregeling, terwijl de sociale uitputting, de rigide patronen en de sensorische overbelasting minder snel worden herkend als onderdeel van autisme.
Het gevolg is niet alleen een late diagnose, maar vaak ook een verkeerd verhaal over jezelf. Niet: “Mijn brein verwerkt de wereld anders.” Maar: “Ik stel me aan, ik ben lastig, ik doe sociaal moeilijk, ik ben te gevoelig.”
En zo kan een kind dat buitengewoon hard werkt om mee te komen, toch het verwijt krijgen dat het niet genoeg zijn best doet. Dat is pijnlijk. En nogal onrechtvaardig.
Niet altijd een foute diagnose
Nu is het verleidelijk om te denken: zie je wel, die ADHD-diagnoses kloppen dus vaak niet. Maar zo simpel is het niet. Juist niet.
De studie laat ook zien dat een groot deel van de mensen met eerst ADHD en later autisme uiteindelijk beide diagnoses hield. Dat betekent dat de eerste diagnose niet per definitie fout was. Er was dan niet één verkeerde verklaring, maar een onvolledige eerste verklaring.
Dat is een belangrijk verschil. Want ADHD en autisme komen samen voor. Tegenwoordig mag dat ook officieel naast elkaar worden vastgesteld. Vroeger was dat lastiger, omdat oudere diagnostische handboeken die combinatie niet goed toelieten. Daardoor zijn sommige mensen jarenlang in een soort diagnostisch niemandsland beland: te sociaal ingewikkeld voor alleen ADHD, te druk of impulsief voor het klassieke beeld van autisme.
Juist bij AuDHD kan de presentatie grillig zijn. Iemand kan bijvoorbeeld behoefte hebben aan structuur, maar die structuur tegelijk moeilijk volhouden. Iemand kan snakken naar rust, maar ook prikkels opzoeken. Iemand kan sociaal contact willen, maar er tegelijk voortdurend op vastlopen. Dat kan voor de buitenwereld tegenstrijdig lijken. Voor de persoon zelf voelt het vaak vooral vermoeiend.
Een zorgvuldige diagnostiek moet dus niet kiezen tussen twee etiketten. Het moet proberen te begrijpen hoe het totaalplaatje eruitziet.
De gevolgen van late herkenning in de praktijk
Een late herkenning van autisme heeft gevolgen in het dagelijks leven.
Stel je een jongen voor die op school steeds straf krijgt omdat hij “niet luistert”, terwijl hij juist vastloopt op vage instructies. Of een meisje dat na elke schooldag volledig instort, maar op school zo aangepast oogt dat niemand begrijpt waar die uitputting vandaan komt. Of een puber die al jaren ADHD-begeleiding krijgt, maar nog steeds niet begrijpt waarom vriendschappen zo ingewikkeld zijn en waarom veranderingen hem of haar ontregelen alsof het brandalarm afgaat.
Dan helpt een juiste bredere diagnose niet omdat mensen zo graag een label willen, maar omdat de ondersteuning er anders door kan veranderen.
Bij alleen ADHD ligt de nadruk vaak op aandacht, planning, impulscontrole en soms medicatie. Maar als autisme óók meespeelt, is er vaak meer nodig: voorspelbaarheid, expliciete communicatie, aandacht voor sensorische belasting, uitleg over sociale regels zonder impliciete aannames, en ruimte om te herstellen van sociale of prikkelrijke dagen.
Zonder dat inzicht kan een kind steeds opnieuw falen in een systeem dat niet snapt wat er eigenlijk gevraagd wordt. Dan lijkt het alsof de hulp “niet werkt”, terwijl de hulp misschien gewoon op het verkeerde probleem is gericht.
En dat werkt door in het zelfbeeld. Wie jarenlang hoort dat hij slordig, moeilijk, ongemotiveerd of te emotioneel is, gaat dat op den duur geloven. Een goede diagnose wist het verleden niet uit, maar kan wel veel op zijn plaats laten vallen.
Waar ouders, leerkrachten en hulpverleners op kunnen letten
Kijk niet alleen naar druk of afgeleid zijn, maar ook opvallend vastlopen op veranderingen, letterlijke taal, onduidelijke sociale regels of groepssituaties. Kinderen die na school volledig leeg zijn. Kinderen die sociaal contact wel willen, maar het nauwelijks kunnen vasthouden. Kinderen die sterk leunen op routines, heftige sensorische gevoeligheden hebben of extreem veel energie kwijt zijn aan “normaal overkomen”.
Het is essentieel om onderscheid te maken tussen niet kunnen en niet willen. Als een kind afspraken niet oppakt, betekent dat niet meteen dat het ongeïnteresseerd is of zich tegenwerkt. Vaak ligt het eraan dat de informatie te onduidelijk, te snel, te overweldigend of te impliciet is in sociale zin.
Ouders doen er goed aan om gedragspatronen, niet alleen losse incidenten, te noteren. Specifieke situaties zoals groepen, overgangen of dagen met een invalleerkracht bieden waardevolle informatie voor diagnostiek.
Professionals moeten verder kijken dan het opvallende gedrag en nagaan welke andere factoren van invloed zijn.
Minder hokjes, beter kijken
De belangrijkste les uit dit soort onderzoek is misschien niet dat diagnostiek sneller moet. De belangrijkste les is dat diagnostiek breder en nauwkeuriger moet.
Een kind met ADHD-kenmerken hoeft niet automatisch ook autisme te hebben. Maar het omgekeerde geldt ook: zodra ADHD in beeld is, moet autisme niet uit beeld verdwijnen. Zeker niet als er sociale, communicatieve, sensorische of rigide kenmerken zijn die niet goed opgaan in alleen ADHD.
Dat vraagt om multidisciplinair kijken. Niet één snelle indruk, maar informatie uit meerdere bronnen. Ouders, school, observaties, ontwikkeling, belastbaarheid, sociale wederkerigheid, sensorische profielen, en liefst ook aandacht voor hoe kenmerken zich bij meisjes of maskerende kinderen kunnen tonen. Want wie alleen kijkt naar het luidste signaal, mist soms de rest van het verhaal.
Bijlage 1
Verschillen en overeenkomsten Autisme/ADHD
Onderstaande punten zijn uit eigen observatie en jarenlange ervaring en vanuit datgene wat ik over dit thema heb gelezen en geleerd tijdens mijn opleiding tot autisme specialist.
Iedereen is anders. We passen allemaal niet precies in een rijtje of hokje. Er zijn altijd uitzonderingen en er is altijd overlap met andere diagnosen.
Autisme en AD(H)D kunnen qua uitingsvorm op elkaar lijken. Het is belangrijk om het onderscheid goed te kunnen maken, omdat de onderliggende mechanismen en de passende behandeling van elkaar verschillen.
Bij ADHD praat je sneller om de aandacht vast te houden; bij autisme spreek je langzamer en duidelijker vanwege hun behoefte aan helderheid en rustiger informatieverwerking.
Bij AD(H)D is het eerste contact vaak chaotisch, terwijl het bij autisme meestal rustig en gestructureerd verloopt.
Mensen met AD(H)D zijn doorgaans wederkeriger in contact en hun reacties en beschrijvingen zijn beter invoelbaar voor hulpverleners. Bij autisme zie je meestal geen lichamelijke onrust zoals bij ADHD. In onverwachte situaties kan er wel onrust ontstaan, vooral door angst. Gesprekken met mensen met AD(H)D zijn soms chaotisch en zij vergeten sneller je vraag omdat ze snel associëren. Dit geb***t zelden bij mensen met autisme. Mensen met autisme komen vaak zeer goed voorbereid naar het gesprek, zowel schriftelijk als praktisch (de route). Dit verwacht je bij mensen met AD(H)D niet zo snel.
Autisme ADHD
Moeite met praten koetjes en kalfjes Praten over koetjes en kalfjes
Mensen met autisme kunnen soms doorgaan met praten over een bepaalde interesse.
Moeite met stoppen met praten kan een probleem zijn als ze bijvoorbeeld duidelijkheid nodig hebben. Blijven praten en niet doorhebben dat ze veel praten ofwel door hebben, maar moeite met stoppen. Dit kan voorkomen bij allerlei onderwerpen.
Gesprekken in een groep kunnen lastig zijn door overprikkeling.
Voorkeur is meestal 1 op 1 gesprek In gesprekken in een groep afgeleid worden door allerlei associaties die in hun hoofd komen.
Nemen taal letterlijk (maar door ervaring en cognitie weten ze dit als ze volwassen zijn om te zetten, maar kost energie). Nemen de taal niet letterlijk.
Bezig zijn met te veel details en daardoor gesprek niet kunnen volgen. Bezig zijn met te veel details en daardoor gesprek niet kunnen volgen.
Autisme ADHD
Bijzonderheden met oogcontact komt vaker voor.
Moeite met oogcontact door of bij overprikkeling en/of niet goed kunnen inschatten wat de ander verwacht. Oogcontact kan minder zijn door onrust en door afleiding. Ze voelen wel goed aan wanneer ze oogcontact kunnen maken. In normale omstandigheden geen bijzonderheden in het oogcontact.
Moeite met non-verbale signalen waarnemen en deze te interpreteren. Kunnen non-verbale signalen over het algemeen goed lezen.
Autisme ADHD
Moeite met het maken en onderhouden van vriendschappen. Gesprekken zijn vooral functioneel. Vriendschappen zijn niet altijd wederkerig.
Vaak vriendschappen met lotgenoten.
Standvastig in vriendschappen. Maken gemakkelijk contact en vaker veel vriendschappen. Ook met neurotypische mensen. Behoefte aan diepere gesprekken over gedachten en gevoelens.
Wederkerigheid in vriendschappen. Kunnen verveeld raken en zoeken dan andere vriendschappen.
Vergeten afspraken normaal gesproken nooit Kunnen afspraken vergeten.
Voelen het zeer goed aan (overweldigend) en begrijpen het, maar er emotioneel op reageren is moeilijker. Hebben geen moeite om de ander aan te voelen en te begrijpen en te reageren.
Samenwerken en afstemmen kan moeilijk zijn Samenwerken geeft meestal geen problemen.
Autisme ADHD
Bewegen fladderen, wiegen friemelen. Reden: om spanning te reguleren. Heeft niets te maken met concentratie vasthouden zoals bij ADHD. Bewegen (onrust in gedrag) om wakker en alert te blijven. Bijvoorbeeld: wiebelen op stoel. Reden: gedachten ordenen en hulp bij vasthouden van de concentratie.
Autisme ADHD
Vasthouden aan routines omdat dit dat overzicht geeft. Reden is overzicht behouden. Soms alles (pennen, boeken, handdoeken) ordenen. Reden: om rust te creëren.
Moeite met veranderingen. Geen moeite met veranderingen. Vaak behoefte aan verandering, maar kan te veel worden.
Rituelen om voorspelbaarheid te maken. Rituelen om rust te creëren in de chaos.
Autisme ADHD
Weinig fantasie of juist heel erg veel fantasie. Veel fantasie.
Hyperfocus bij onderwerpen die ze boeiend vinden. Doen iets niet afmaken op het laatste moment maar op tijd (moet af). Stellen vaker uit. Kunnen dan wel een hyperfocus hebben omdat het af moet. Hierna is de hyperfocus weer verdwenen.
Autisme ADHD
Beperkte hobby’s en interesses Veel hobby’s bedenken en soms ook uitvoeren. Impulsief. Veel willen, moeite met keuzes maken.
Vergeten te eten, op tijd naar bed gaan. Reden: door hyperfocus op een bepaald onderwerp. Te laat eten, naar bed gaan. Reden: door gebrek aan tijdbesef. Vaak een verstoord slaap en waak ritme. Iets niet afmaken.
Autisme ADHD
Prikkelgevoelig en moeite deze te reguleren en hierdoor meer behoefte aan uitrusten.
Gevoeliger voor onvoorspelbare prikkels.
Gevoelig voor smaak, textuur van eten en geuren. Prikkelgevoelig, maar kunnen dit vaker wel hanteren.
Om niet verveeld te raken zoeken ze vaak prikkels op (bijvoorbeeld: concerten, pretparken).
De helft van deze groep is overgevoelig voor licht.
Normaal gezien geen/weinig moeite met concentratie in de goede omstandigheden met weinig prikkels. Altijd moeite met concentreren ook zonder veel prikkels.
Zijn zorgvuldig.
Goed oog voor details. Informatieverwerking kan vertraagd zijn. Moeite met begrijpen van bedoelingen/verwachtingen.
Concentratieproblemen bij overprikkeling/ overbelast zijn. Onvoldoende aandacht voor details. Fouten maken en slordig werken.
Niet weten waar te beginnen met huiswerk of bijvoorbeeld kamer opruimen.
Niet begrijpen van informatie komt door te gehaast iets willen weten of doen.
Te veel associaties leggen (geeft afleiding).
Moeite met het opvolgen van instructies als deze niet duidelijk zijn uitgelegd.
Minder flexibel.
Als het niet lukt om een taak af te maken dan is dat omdat ze overprikkelt zijn geraakt. Willen juist graag iets afmaken en zetten zich daar sterk voor in. Instructies of aanwijzingen volgen ze goed op en begrijpen deze, maar kunnen afgeleid worden of verveeld raken. Maken taken niet altijd af.
Een kind met ADHD-kenmerken hoeft niet automatisch ook autisme te hebben. Maar het omgekeerde geldt ook: zodra ADHD in beeld is, moet autisme niet uit beeld verdwijnen. Zeker niet als er sociale, communicatieve, sensorische of rigide kenmerken zijn die niet goed opgaan in alleen ADHD.
Bijlage 2
Een systematische review en meta-analyse gepubliceerd in The Lancet (Lai e.a., 2019) laat zien dat bij naar schatting 28% van de mensen met autisme ook sprake is van ADHD. De prevalentie van ADHD was hierbij hoger in klinische populaties dan in de algemene bevolking. Een meta-analyse bij kinderen en adolescenten met ADHD, gepubliceerd in Psychological Medicine laat zien dat 21% ook voldoet aan de criteria van autisme (Hollingdale e.a., 2020). Bij mensen met autisme én ADHD is er sprake van ‘dubbele ontwikkelingsproblematiek’. Zij kunnen bijvoorbeeld gemakkelijk afgeleid, onrustig en impulsief zijn door de ADHD, maar ook inflexibel en prikkelgevoelig door het autisme. Voorts zijn ze geneigd nieuwe prikkels te zoeken, maar raken ook snel overprikkeld. Het samengaan van deze beelden leidt dan ook vaak tot forse problemen in het dagelijks leven.
Bronnen
Kentrou, V., de Veld, D. M. J., Mataw, K. J. K., & Begeer, S. (2019). Delayed autism spectrum disorder recognition in children and adolescents previously diagnosed with attention-deficit/hyperactivity disorder. Autism, 23(4), 1065-1072. https://doi.org/10.1177/1362361318785171
Annelies Spekhttps://www.anneliesspek.nl/wp-content/uploads/2024/09/Whitepaper-ASS-en-of-ADHD_16-9-24.pdf
Voor dit blog heb ik (deels) een blog gebruikt van Autsider. https://autsider.net/ Ik heb toestemming gevraagd en gekregen om hun blogs (deels) te gebruiken.