24/12/2014
U heeft altijd verkeerd geoefend.
Heb je onlangs nog op de drivingrange gestaan? Als dat het geval is geweest, dan heb je mogelijk het gebruikelijke oefenpatroon gevolgd: beginnen met een paar wedges en dan via de ijzers naar de hybrides, fairwayhouten en – uiteindelijk – de driver.
Als je net als ik oefen, dan sla je waarschijnlijk een stel slagen met een bepaalde club en besluit je pas een andere stok uit je tas te halen als je het gevoel hebt dat het met de swing met die bepaalde stok wel lekker zit.
Zo oefenen heel veel golfers en dat wijkt niet af van hoe musici proberen een moeilijk stuk onder de knie te krijgen. Net als een golfer ballen blijft slaan met een ijzer-7 – net zo lang tot hij ‘m lekker raakt – zal een violist, bijvoorbeeld, een bepaalde passage herhalen tot hij of zij het gevoel heeft ‘m te beheersen.
Dat heeft een naam: ‘blocked practice schedule’ en het is iets dat velen van ons voor een groot aantal taken gebruiken. En het is vreselijk ineffectief.
Dr. Christine Carter is een klarinettiste die haar proefschrift over het contextual interference effect schreef. Het is een methode die ze musici aanbeveelt en die ze uiteenzet in een stuk op bulletproofmusicians.com. Golf komt daarin niet aan de orde en toch heeft haar gedachte direct betrekking op de manier waarop wij aan ons spel werken.
Carter schrijft dat het probleem van herhaling er in zit dat onze hersenen na een tijdje niet zo ontvankelijk meer zijn, omdat we vooral reageren op verandering. We voelen mogelijk dat we de bal met de dertiende opeenvolgende ijzer-7 wel behoorlijk goed raakten, maar dat we nog steeds niet zo effectief leerden als we zouden kunnen. En tenzij je een variant van golf speelt die het nodig maakt om dertien opeenvolgende ijzer-7’s te slaan, dan sluit het ook niet aan op een echte golfsituatie.
‘Het is een feit dat herhaalde informatie niet dezelfde hoeveelheid winst oplevert als nieuwe informatie’, zegt Christine Carter. ‘En tot op zekere hoogte weten we dat ook wel. Constante herhaling is saai en de saaiheid zegt ons dat onze hersenen niet worden geprikkeld.’
Wat Carter propageert is een ‘random practice schedule’, waarbij onze hersenen zich voortdurend moeten aanpassen. In muziek zou dat inhouden dat je van de ene passage naar de andere switcht, zodat je steeds weer attent blijft. En in golf zou dat het steeds weer omschakelen naar andere clubs inhouden: een driver, gevolgd door bijvoorbeeld een wedge en daarna een ijzer-7. Het doel blijft om nog steeds veel slagen met een bepaalde stok uit te voeren, maar dan niet op een rij – exact dus zoals golf wordt gespeeld.
‘Deze uitdaging vormt de kern van waarom willekeurige oefenschema’s effectiever zijn’, schrijft Carter. ‘Als we terugkeren naar een taak na een taak tussendoor, dan moet ons brein het plan van aanpak voor wat we op het punt staan te gaan doen omschakelen. En is op dat soort momenten dat onze hersenen het meest actief zijn. Meer mentale activiteiten leiden tot beter lange-termijn leren.’
Hoewel Christine Carter golf niet noemt, geeft ze wel een sportvoorbeeld. In dit geval uit honkbal. Twee groepen topspelers sloegen in een geblokt patroon gegooide ballen – een stel fastballs, gevolgd door curves en daarna de net iets minder ‘brekende’ sliders – of in een willekeurig patroon. De resultaten waren frappant.
‘Na twaalf oefensessies sloegen de spelers uit het willekeurige schema 57 procent meer van de gegooide ballen dan toen ze begonnen. De ‘geblokte’ groep kwam tot 25 procent, wat betekent dat het willekeurige oefenschema twee keer zo effectief was terwijl beide groepen evenveel pitches te verwerken kregen.’
Beschouw dit dus als een argument om je gebruikelijke routine op de drivingrange te schrappen. Neem de volgende keer je hele tas mee. En zorg dat je vaak wisselt.
bulletproofmusicians.com