10/06/2022
*ROPARUN_2022*
Het liep tegen het einde van de derde etappe. Het was, denk ik, een uur of half vijf in de ochtend. We hadden de donkerste en koudste uren getrotseerd en het begon langzaamaan licht te worden. Midden tussen de weilanden stapte ik uit het busje, klaar om het stokje over te gaan nemen van de teamgenoot die gestaag dichterbij gerend kwam. Mederenner Rogier is ook uit het busje gestapt en komt naast me staan. Hij slaat zijn arm om mij heen en zegt met dat karakteristieke vocabulaire van hem: “daar is ‘ie hoor, de koperen ploert”. En hij heeft gelijk. Voor ons, over de velden, aan de horizon, zien we de zon opkomen. Het is een prachtig plaatje.
Even blijf ik kijken hoe de zon langzaam omhoog kruipt. Dan word ik afgetikt en neem ik rennend de volgende 1200 meter in deze etappe voor mijn rekening.
Terwijl ik ren, realiseer ik me wat een magisch moment die zonsopkomst eigenlijk was. Om hoe het eruit zag, om het plaatje, natuurlijk, maar ook om de gevolgen ervan. Het was een donkere nacht. Wat toch een groter beroep doet op je mentale veerkracht dan je misschien zou denken. En het was een koude nacht. En die kou was best een aanslag op het lijf. Met kleedjes om de benen wachten we tot weer aan de b***t waren om een stukje te rennen.
En terwijl ik de zon zag klimmen, vóelde ik hem ook. Ik voelde hoe hij me langzaam verwarmde. Ik tikte af bij de volgende loper op het moment dat de zon nét los was gekomen van de horizon. Wát een metafoor was die zonsopkomst, in ieder geval voor hoe ik deze Roparun beleefde.
Ik liep er anders bij dan bij eerdere edities. Lichter. Dat ‘lichter’ moet je natuurlijk wel in de Roparun-context plaatsen. In twee teams 560 kilometer rennen in estafette-vorm, een heel Pinksterweekend lang, dag en nacht met al het slaapgebrek van dien, dat doe je niet op z’n boerenfluitjes.
En zeker ook niet alleen! Je doet het allemaal hartstikke samen – zonder de teamgenoten, zonder het teamgevoel en zonder het basiskamp ga je de finish niet halen – maar individueel rende ik uiteindelijk zo’n 65 kilometer. Soms in een aangenaam zonnetje, soms in het pikkedonker, soms in de stromende regen. De Roparun is ook deze keer echt wel weer pittig en afzien, maar toch vóelde het lichter.
Misschien kon ik het fysiek beter aan, omdat ik beter getraind was. Of misschien was ik vooraf beter uitgerust. Misschien ging ik minder tot het gaatje. Ik weet het niet. Maar het was ook lichter in mijn hoofd deze keer. En daar werd ik me door die ene zonsopkomst bewust van.
Vorig jaar was ik me, bij wijze van spreken, bij iedere stap bewust waarom ik meeliep. En dat gewicht voelde ik ook bij iedere stap. Een heel dierbare vriendin zat toen midden in een ongelooflijk heftige strijd met borstkanker. En de situatie was zo zorgwekkend, dat ik vaak niet in staat was om mijzelf te vertellen dat alles goed met haar zou komen. Mentaal was díe Roparun voor mij super-intens. Hoewel het rationeel wat moeilijk uit te leggen is, voelde iedere stap toen alsof ik haar hielp met haar strijd.
Het kwam goed met haar. De strijd is nog niet gestreden, die eindigt niet bij de laatste chemo of bestraling, maar ze leeft en ze is kankervrij. En dát was wat die zonsopkomstmetafoor me vertelde. Dat er vanuit de koude nacht, vanuit het afzien in het donker, ook weer warmte kwam. Hoop. En dat ik daar dankbaar voor moest zijn. Dat ik dankbaar moest zijn dat ik haar een bericht kon sturen, om haar te vertellen dat ik aan haar dacht tijdens het rennen. Dankbaar voor wat ik dit Pinksterweekend weer mee mocht maken. Dankbaar voor mijn dochtertje die onverwacht langs de route stond. Dankbaar voor de vleugels die de aanmoedigingen van het publiek je geven. Dankbaar dat ik een lichaam heb, waar ik zó’n beroep op kan doen, dat het me kan dragen van Twente via Veendam naar Rotterdam. Dankbaar voor met wie ik samen deze tocht mocht aangaan. Dankbaar voor hoe we elkaar erdoor sleepten op momenten dat we het moeilijker hadden. Dankbaar voor de band die je in zo’n korte tijd met elkaar opbouwt, of je elkaar nou al kende of niet.
Natuurlijk lag ook verdriet aan de oppervlakte – als de Roparun iets doet, dan is het al je pantsers afbreken en je heel dicht bij je emoties brengen. De Roparun is naast een zware tocht ook een heel persoonlijke tocht. We kennen allemaal mensen die op een indirecte of directe manier te maken hebben (gehad) met kanker. En voor die mensen hebben we meegedaan. En ik ben er dankbaar voor dat we dat niet alleen in woorden deden, maar dat deze mensen er in ons hoofd ook echt de hele tijd bij waren. Dat was bijzonder.
Na afloop, de volgende dag, lag ik onder een kleedje op de bank, met mijn benen omhoog. Met een beetje spierpijn, toch wel. En ik moest denken aan die zonsopkomst. En realiseerde me: hoe donker soms de nacht, er is altijd hoop. En team 265 heeft daar dit Pinksterweekend aan bijgedragen. Daar ben ik dankbaar voor én trots op.