Tour de TT

Tour de TT Een historisch beeldend verleden over de TT en motorsport beleefbaar maken. Dat gebeurde in het Drentse dorp Rolde, op de Grote Brink.

Op zaterdag 11 juli 2015 om 14.30 uur is het precies 90 jaar geleden dat de eerste TT van start ging. Daarom wordt op deze dag en exact dit tijdstip de Historische TT Parade gehouden. Honderden motorliefhebbers zullen op hun historische motoren de route van het eerste uur opnieuw rijden, ben jij ook langs de route aanwezig om deze coureurs aan te moedigen. Op vrijdag 10 juli en zaterdag 11 juli 2015 organiseert de Oranjevereniging OVVR een compleet programma voor de motorliefhebber op de Grote Brink in Rolde, met muziek, vermaak, een Echte Mannen-beurs en andere activiteiten. De Historische TT Parade wordt gereden op het allereerste circuit van Nederland, dat voert van Rolde naar Borger, Schoonloo en Grolloo en weer naar Rolde. De historische route maakt nu deel uit van de Tour de TT. Deze unieke belevingsroute voor TT-liefhebbers verbindt de twee oude circuits waarop de TT in 1925 en tussen 1926 en 1954 werd verreden. Deze nieuwe belevingsroute is speciaal samengesteld voor motorrijders en TT-liefhebbers. Beleef de oude TT race zoals de eerste TT rijders dat deden in 1925, vele decennia geleden. Ook voor fietsers is een speciale route langs het oude circuit uitgezet.

MEMORY LANE – DE EREGALERIJ VAN ICONISCHE TT HELDENAflevering 17 – TT Assen 1935Toen Nederlandse coureurs zich met de we...
13/09/2026

MEMORY LANE – DE EREGALERIJ VAN ICONISCHE TT HELDEN

Aflevering 17 – TT Assen 1935

Toen Nederlandse coureurs zich met de wereldtop konden meten

We gaan terug naar zaterdag 6 juli 1935.

De TT van Assen heeft zich in tien jaar tijd ontwikkeld tot een internationaal aansprekend motorsportevenement. Op het stratencircuit tussen Assen, Laaghalen en Hooghalen komen opnieuw grote namen uit de internationale motorsport aan de start.

De baan is voor deze TT opnieuw aangepast. Het circuit is verbreed, de bochten zijn opgehoogd, oneffenheden zijn weggewerkt en er zijn nieuwe veiligheidsmaatregelen getroffen. Toch blijft het racen op de openbare wegen van Drenthe een onderneming waarbij snelheid, techniek en moed onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

W***y van Gent – de man met de revolutionaire helm

Een van de opvallendste Nederlandse deelnemers is W***y van Gent.

Van Gent introduceert in Assen een bijzondere, gestroomlijnde helm. Het ontwerp is opvallend en loopt vooruit op ontwikkelingen die pas veel later gemeengoed zouden worden.

Maar Van Gent trekt niet alleen vanwege zijn helm de aandacht.

Op zijn Belgische FN rijdt hij in de zware 500cc-klasse een uitstekende wedstrijd. Achter de Britse fabrieksrijder Jimmy Guthrie komt Van Gent als tweede over de finish. Daarmee laat hij zich nadrukkelijk zien tussen de internationale top.

Zijn combinatie van snelheid, techniek en een vooruitstrevende uitrusting maakt Van Gent tot een van de opvallendste Nederlandse coureurs van de TT van 1935.

Jimmy Guthrie – Norton op de eerste plaats

De overwinning in de 500cc-klasse gaat naar Jimmy Guthrie.

De Schot is een van de grote sterren van het Norton-fabrieksteam. Op het Drentse stratencircuit weet hij zijn snelheid opnieuw om te zetten in een overwinning.

Achter hem wordt W***y van Gent tweede. De uitslag onderstreept hoe sterk het internationale deelnemersveld in Assen inmiddels is geworden.

Ook buiten de race is er aandacht voor Guthrie. Zijn benzine wordt door de jury gecontroleerd. Brandstof en reglementen zijn in deze periode belangrijke onderwerpen binnen de motorsport en ook in Assen wordt streng toegezien op de techniek.

Walfried Winkler en Bertus van Hamersveld

Ook in de 250cc-klasse speelt zich een interessant duel af.

De Duitse Walfried Winkler rijdt zijn DKW naar de overwinning. Zijn landgenoot Arthur Geiss wordt tweede.

De Nederlandse eer wordt hooggehouden door Bertus van Hamersveld.

Van Hamersveld rijdt op zijn New Imperial aanvankelijk tegen problemen aan. Door bougiepech valt hij terug tot de elfde plaats. Hij geeft echter niet op en weet zich gedurende de wedstrijd terug naar voren te vechten.

Het resultaat is indrukwekkend: derde in de 250cc-klasse én Nederlands Kampioen.

Daarmee bevestigt Van Hamersveld opnieuw zijn positie als een van de sterkste Nederlandse coureurs van zijn generatie.

Walter Rusk – Norton wint de 350cc

In de 350cc-klasse gaat de overwinning naar Walter Rusk, eveneens op een Norton.

Rusk maakt deel uit van het sterke Norton-team en behoort tot de internationale top van dat moment. Zijn naam staat daarmee naast die van Guthrie en andere grote fabrieksrijders die in 1935 naar Assen komen.

De combinatie van Norton, Velocette, DKW, NSU, FN en New Imperial laat zien hoe internationaal de TT inmiddels is geworden.

Stanley Woods – nog altijd een grote naam

Ook Stanley Woods behoort tot de grote internationale namen aan de start.

Woods heeft inmiddels een bewogen periode achter de rug. Na zijn vertrek bij Norton maakte hij in 1934 de overstap naar Husqvarna. Die samenwerking hield echter geen stand. Voor de TT van 1935 staat Woods aan de start op een 350cc Velocette.

Zijn race eindigt voortijdig wanneer hij uitvalt met een defecte magneet.

Toch blijft Woods een van de grote publiekstrekkers van het TT-weekend. Zijn naam heeft in de internationale motorsport inmiddels een bijna legendarische klank.

Een prachtig beeld uit deze TT-periode laat Woods bovendien zien op een geleende 98cc DKW RT, rijdend langs de Vaart in Assen.

De TT door Hooghalen

De beelden van de TT van 1935 laten goed zien hoe bijzonder het circuit in die jaren is.

Motoren razen door dorpsstraten en langs boerderijen, terwijl politie en organisatoren proberen het publiek op afstand te houden. Een foto toont Richnow op een NSU en Stanley Woods op zijn Velocette, terwijl zij onder toezicht van de Rijkspolitie door Hooghalen rijden.

Het is een beeld dat tegenwoordig bijna onvoorstelbaar is: internationale topcoureurs die met hoge snelheid door een Drents dorp rijden, terwijl toeschouwers zich langs de openbare weg verdringen.

Een TT vol bijzondere verhalen

De TT van 1935 bestaat niet alleen uit winnaars en uitslagen.

Er zijn technische problemen, reparaties en onverwachte momenten. Zo krijgt de Nederlandse coureur Jac. Schot na pech onderweg een lift van de Zwitser A. Binz. Ook achter de schermen wordt voortdurend gesleuteld om de machines raceklaar te krijgen.

Juist die combinatie van topsport, techniek, improvisatie en het rijden op gewone Drentse wegen geeft de TT van deze periode zijn unieke karakter.

Een nieuwe fase voor de TT

Wanneer de laatste motoren zijn gefinisht en het publiek huiswaarts keert, is opnieuw duidelijk geworden hoe sterk de TT van Assen zich heeft ontwikkeld.

Jimmy Guthrie wint de 500cc op Norton.
Walter Rusk wint de 350cc op Norton.
Walfried Winkler wint de 250cc op DKW.
W***y van Gent wordt tweede in de 500cc op FN en is daarmee de beste Nederlander.
Bertus van Hamersveld wordt derde in de 250cc en Nederlands Kampioen.

De TT van 1935 laat zien dat Nederlandse coureurs zich steeds nadrukkelijker kunnen meten met de internationale top.

De motoren worden sneller.
De techniek wordt geavanceerder.
De belangstelling groeit.

En langs de wegen van Assen, Laaghalen en Hooghalen ontstaat opnieuw dat unieke TT-gevoel dat uiteindelijk zou uitgroeien tot een van de grootste tradities van de Nederlandse motorsport.

De pioniersjaren zijn voorbij. De TT is volwassen aan het worden.

En de legende van Assen gaat verder.

De Ere Galerij van Iconische TT HeldenEen blijvende ode aan de mensen, machines en momenten die de geschiedenis van de T...
12/09/2026

De Ere Galerij van Iconische TT Helden

Een blijvende ode aan de mensen, machines en momenten die de geschiedenis van de TT van Assen hebben gevormd.

Aflevering 17.

KEVIN SCHWANTZ

The Lone Star Hero

Sommige coureurs winnen wereldtitels.

Sommige coureurs winnen races.

En een enkeling wint iets veel groters.

De harten van de fans.

Kevin Schwantz behoort tot die laatste categorie.

Geboren op 19 juni 1964 in Houston, Texas, groeide Kevin op tussen de motoren. Zijn ouders hadden een motorzaak en al op vierjarige leeftijd zat hij op twee wielen. Trials, motorcross en uiteindelijk wegraces vormden de basis van een carrière die hem naar de absolute wereldtop zou brengen.

Al vroeg bleek dat Schwantz anders reed.

Niet alleen snel, maar vooral op instinct.

Waar anderen risico’s zorgvuldig afwogen, leek Schwantz ze eerder te omarmen. Waar anderen remden, ging hij nog even door. En wanneer er een overwinning voor het grijpen lag, koos Kevin zelden voor de veilige optie.

Zijn eerste grote successen kwamen in de Amerikaanse Superbike-racerij, waar hij uitgroeide tot een van de grote namen van het Amerikaanse wegracen. Daar ontstond ook de rivaliteit die later een hele generatie motorsportfans zou fascineren.

Wayne Rainey.

Twee Amerikanen.

Twee verschillende karakters.

Rainey stond bekend om zijn precisie en berekening. Schwantz om zijn instinct, lef en spectaculaire aanvallen.

Hun gevechten zouden een tijdperk gaan bepalen.

Van Texas naar de 500cc

Schwantz maakte in 1986 tijdens de TT van Assen zijn Grand Prix-debuut. Twee jaar later kreeg hij zijn vaste plaats in het Suzuki-fabrieksteam in de 500cc-klasse.

Zijn eerste volledige seizoen maakte onmiddellijk duidelijk dat hier een bijzondere coureur was opgestaan.

Hij won.

En niet op een manier die onopgemerkt bleef.

Schwantz reed met een agressieve stijl, waarbij de Suzuki soms leek te leven onder zijn handen. Inhaalacties kwamen laat, de motor stond regelmatig dwars en de grens tussen controle en chaos leek soms flinterdun.

Voor de fans was het spektakel.

Voor zijn concurrenten was het opletten.

Want bij Schwantz wist je nooit precies waar de grens lag — en al helemaal niet of hij die grens zou respecteren.

De late jaren tachtig en vroege jaren negentig vormden de gouden periode van de 500cc-klasse.

Wayne Rainey.

Mick Doohan.

Wayne Gardner.

Eddie Lawson.

Randy Mamola.

En midden tussen die reuzen stond Kevin Schwantz.

Met zijn iconische Lucky Strike Suzuki.

Met startnummer 34.

Assen – zijn tweede thuis

De TT van Assen kreeg een bijzondere plaats in de carrière van Schwantz.

Hier maakte hij in 1986 zijn Grand Prix-debuut. Later groeide hij uit tot een van de grootste publieksfavorieten die het circuit ooit heeft gekend.

In 1990 behaalde hij zijn eerste overwinning in de 500cc-TT van Assen.

Een jaar later stond hij opnieuw bovenaan.

En in 1993, het jaar waarin hij uiteindelijk wereldkampioen zou worden, won hij de TT voor de derde keer.

Drie TT-zeges in Assen.

1990.
1991.
1992.
Voor de Nederlandse fans was Schwantz meer dan een snelle Amerikaan. Zijn stijl, zijn lef en zijn onvoorspelbaarheid maakten iedere passage over het TT Circuit tot een moment waarop je niet weg wilde kijken.

Assen paste bij Kevin Schwantz.

De Suzuki op de grens

De Suzuki was niet altijd de sterkste machine van het veld. Schwantz compenseerde dat met zijn enorme gevoel voor de motor en een rijstijl die hem in staat stelde het maximale uit de machine te halen.

Hij remde laat.

Hij stuurde hard.

Hij accepteerde bewegingen van de motor waar veel andere coureurs al van het gas zouden zijn gegaan.

Soms eindigde dat in een overwinning.

Soms in het grind.

Maar half werk paste niet bij Kevin Schwantz.

Een van de meest indrukwekkende voorbeelden daarvan kwam tijdens de Grand Prix van Duitsland op Hockenheim in 1991.

In de laatste ronde vocht Schwantz met Wayne Rainey om de overwinning. De Suzuki bewoog heftig en het achterwiel leek voortdurend zijn eigen weg te zoeken.

Toch bleef Schwantz erop zitten.

Hij remde later dan bijna voorstelbaar leek en zette zijn beslissende aanval in.

De motor slingerde.

Schwantz hield hem overeind.

En hij won.

Het was een van die momenten die zijn reputatie voorgoed bepaalden.

Do or die.

1993 – eindelijk wereldkampioen

Jarenlang had Kevin Schwantz achter die ene titel aangejaagd.

In 1993 kwam alles samen.

Snelheid.

Ervaring.

Talent.

Doorzettingsvermogen.

En misschien ook de rust om niet iedere race tot het uiterste te hoeven gaan.

Op zijn Lucky Strike Suzuki veroverde hij uiteindelijk de wereldtitel in de 500cc-klasse.

Kevin Schwantz was wereldkampioen.

De kroon waarop hij jarenlang had gejaagd.

Voor zijn enorme schare fans voelde de titel als een persoonlijke overwinning. Schwantz was niet zomaar een kampioen geworden.

Hij was hun kampioen.

Toch hing er een donkere schaduw over het seizoen.

Zijn grote rivaal Wayne Rainey kwam tijdens de Grand Prix van Italië op het circuit van Misano zwaar ten val. Hij liep een dwarslaesie op en zijn racecarrière kwam daarmee abrupt tot een einde.

De rivaliteit die jarenlang een tijdperk had bepaald, was voorbij.

Schwantz werd wereldkampioen.

Maar zonder de man die hem jarenlang tot het uiterste had gedreven, voelde het anders.

De sport verloor iets.

En Kevin ook.

Het einde van een tijdperk

Na jaren van crashes en blessures begon zijn lichaam steeds meer de rekening te presenteren.

Gebroken botten.

Beschadigde polsen.

Een lichaam dat na jarenlang racen op de grens steeds meer protesteerde.

Zijn snelheid was er nog.

Maar de tol werd steeds hoger.

Begin 1995 besloot Schwantz afscheid te nemen. Na drie Grand Prix’s van het seizoen stopte hij definitief met racen.

Hij was pas dertig jaar oud.

Zijn carrière in de Grand Prix-sport was voorbij.

Maar zijn legende was nog maar net begonnen.

Nummer 34

Het startnummer 34 werd onlosmakelijk verbonden met Kevin Schwantz.

Zo sterk zelfs dat de FIM het nummer na zijn afscheid terugtrok uit de Grand Prix-racerij.

Niemand anders zou in het wereldkampioenschap nog met nummer 34 rijden.

Het nummer werd daarmee net zo herkenbaar als de kleuren van zijn Lucky Strike Suzuki.

34 was Kevin Schwantz.

En Kevin Schwantz was 34.

Een legende die bleef

Zijn cijfers vertellen een indrukwekkend verhaal.

25 Grand Prix-overwinningen.

51 podiumplaatsen.

29 polepositions.

26 snelste ronden.

105 Grand Prix-starts.

Drie TT-zeges in Assen.

Eén wereldtitel.

Maar cijfers verklaren niet waarom Schwantz zo geliefd werd.

Daarvoor moet je terug naar de beelden.

De Suzuki met nummer 34.

De helm laag.

Het achterwiel dwars.

Een late remactie.

Een aanval die eigenlijk niet kon.

En toch lukte het.

Kevin Schwantz was geen coureur die risico’s uit de weg ging.

Hij was een coureur die mensen liet voelen waarom zij van motorsport hielden.

Hij reed niet alleen voor de uitslag.

Hij reed met alles wat hij had.

Vol gas.

Iedere ronde.

Iedere bocht.

Iedere race.

Dat is waarom de wereld hem nooit vergat.

Kevin Schwantz was The Lone Star Hero.

Een Texaan.

Een Suzuki-man.

Een wereldkampioen.

Een TT-held.

En bovenal een coureur die het hart van miljoenen fans wist te raken.

KEVIN SCHWANTZ

THE LONE STAR HERO

Moed. Passie. Spektakel.

Een nummer.

Een Suzuki.

Een legende.

MEMORY LANE – DE EREGALERIJ VAN ICONISCHE TT-HELDENEen blijvende ode aan de mensen, machines en momenten die de geschied...
06/09/2026

MEMORY LANE – DE EREGALERIJ VAN ICONISCHE TT-HELDEN

Een blijvende ode aan de mensen, machines en momenten die de geschiedenis van de TT van Assen hebben gevormd.

Aflevering 16

Piet Knijnenburg & Arie van der Pluym

Van de Rotterdamse Meteoor tot de Leeuw van Wassenaar

Twee Nederlandse coureurs, twee generaties en twee bijzondere levensverhalen.

Arie van der Pluym werd een van de grote Nederlandse pioniers van het interbellum. Zijn carrière eindigde tragisch, precies op het moment dat hij internationaal tot de absolute top was doorgedrongen.

Piet Knijnenburg groeide na de Tweede Wereldoorlog uit tot een van de belangrijkste Nederlandse wegracers van zijn generatie. Zijn overwinning in de eerste naoorlogse Dutch TT van 1946 maakte hem tot een nationale held.

Samen vormen zij een bijzonder hoofdstuk in de geschiedenis van de Nederlandse motorsport en de TT van Assen.

PIET KNIJNENBURG

De legendarische ‘Leeuw van Wassenaar’

Piet Knijnenburg (1918–2017) behoort tot de grote Nederlandse motorcoureurs van de naoorlogse periode. Hij groeide uit tot een veelzijdige wegracer met een indrukwekkende erelijst en werd een van de bekendste Nederlandse coureurs van zijn tijd.

Zijn grote doorbraak kwam direct na de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de eerste naoorlogse Dutch TT van 1946 won Knijnenburg op een BMW de prestigieuze 500cc-race. Daarmee schreef hij zijn naam definitief in de geschiedenis van de TT van Assen. Het Nationaal Archief documenteert zijn overwinning in deze eerste naoorlogse TT.

De successen bleven volgen. Knijnenburg werd zevenmaal Nederlands kampioen, waarvan vijf keer in de 500cc-klasse en tweemaal in de 350cc-klasse. Daarnaast won hij talrijke nationale en internationale wedstrijden, waaronder de Grand Prix van Brussel en de Grand Prix der Grenzen. Ook maakte hij deel uit van Nederlandse teams tijdens de Internationale Zesdaagse in Italië (1948) en Engeland (1949 en 1950).

Zijn prestaties leverden hem de bijnaam ‘De Leeuw van Wassenaar’ op. Die naam paste bij zijn reputatie als een compromisloze en strijdlustige coureur, maar ook bij de persoonlijkheid van de man achter de racer. Knijnenburg stond bekend als een harde racer, terwijl hij buiten de baan juist als een charmante en sportieve persoonlijkheid werd omschreven.

Een belangrijk deel van zijn carrière reed hij op BMW-racers. De BMW waarmee hij in 1946 de TT won, was een BMW R51RS. Die machine is later als de historische TT-winnende BMW van Knijnenburg geïdentificeerd.

Zijn loopbaan kende ook een zwaar dieptepunt. Tijdens een off-road betrouwbaarheidsrit liep Knijnenburg een schedelbasisfractuur op. Na deze zware crash besloot hij uiteindelijk een punt te zetten achter zijn actieve racecarrière.

Zijn betekenis voor de Nederlandse motorsport bleef echter groot. In 1950 ontving hij de Hans de Beaufortbeker, de hoogste onderscheiding binnen de Nederlandse motorsport.

Piet Knijnenburg overleed op 18 mei 2017, op 98-jarige leeftijd, in Leiden. Zijn overwinning in 1946, zijn zeven Nederlandse titels en zijn internationale successen maken hem tot een van de belangrijkste Nederlandse coureurs uit de eerste decennia na de oorlog.

Zijn naam blijft voor altijd verbonden met de wederopbouw van de Nederlandse motorsport én met de eerste naoorlogse overwinning op het Circuit van Drenthe.

ARIE VAN DER PLUYM

De Rotterdamse Meteoor

Arie R.K. van der Pluym (1906–1934) was een van de belangrijkste Nederlandse motorcoureurs van het interbellum. Hij werd op 6 januari 1906 geboren in Vlaardingen en groeide op in Delfshaven in Rotterdam. Al vroeg ontwikkelde hij een grote belangstelling voor techniek en motorfietsen.

Als jonge monteur leerde hij niet alleen hoe motorfietsen werkten, maar ook hoe hij ze zelf kon verbeteren. Op vijftienjarige leeftijd kocht hij een Harley-Davidson in losse onderdelen en bouwde die zelf weer op. Zijn technische aanleg en gevoel voor snelheid bleken al vroeg uitzonderlijk.

Zijn eerste wedstrijd reed hij in 1927 in Haamstede. Ondanks volledig versleten banden wist hij daar verrassend een derde plaats te behalen. Daarna ging het snel. Hij kocht een Norton en kwam daarmee uit in zowel grasbaan- als wegwedstrijden. In enkele jaren verzamelde hij ongeveer vijftig overwinningen en ereprijzen.

Zijn eerste deelname aan de Dutch TT in 1929 eindigde al in de eerste bocht met een val. Ook de TT van 1930 bracht hem geen succes. Hij reed toen op een door hemzelf geprepareerde Sunbeam, maar moest door een technisch defect de strijd staken.

Van der Pluym bleef echter doorgroeien. In 1932 werd hij Nederlands kampioen in de 500cc-klasse. Daarna kwam hij via Piet van Wijngaarden in contact met Husqvarna. Van der Pluym kreeg een fabrieksmachine en werd daarmee onderdeel van het Zweedse merk dat in deze periode een belangrijke rol speelde in de internationale wegracerij. In 1933 werd hij op Husqvarna Nederlands kampioen in zowel de 350cc- als 500cc-klasse.

Zijn internationale doorbraak kwam uiteindelijk tijdens de Dutch TT van 1934.

Op het 16,5 kilometer lange Circuit van Drenthe reed Van der Pluym in de 500cc-race naar een indrukwekkende derde plaats, achter de Belgische FN-fabrieksrijders Pol Demeuter en ‘Noir’ (Erik Haps). Daarmee stond hij op het podium van de Europese Grand Prix en bevestigde hij dat hij inmiddels tot de internationale top behoorde.

Het was het hoogtepunt van zijn carrière.

Slechts drie weken later sloeg het noodlot toe.

Op 15 juli 1934, tijdens de Grand Prix van België op het circuit van Spa-Francorchamps, kwam Van der Pluym in de derde ronde van de 500cc-race zwaar ten val in het snelle gedeelte bij Côte de Burnenville. Hij botste met zijn Husqvarna tegen een boom en overleed ter plaatse. Hij was slechts 28 jaar oud.

Zijn dood had grote gevolgen voor de Nederlandse motorsport. Omdat de coureurs tijdens de Belgische Grand Prix niet op dezelfde wijze verzekerd waren als in Assen, bleven zijn weduwe en jonge zoon zonder voldoende ondersteuning achter. De KNMV richtte daarop het Arie van der Pluym Fonds op om zijn gezin te ondersteunen. Tegelijkertijd werd internationaal aangedrongen op betere verzekeringen voor coureurs en verbeterde veiligheidsmaatregelen bij internationale wedstrijden.

Zijn successen met Husqvarna hadden bovendien ook in Zweden grote indruk gemaakt. Daar werd jarenlang om de Arie van der Pluym Cup gestreden. Zijn naam bleef daardoor ook buiten Nederland verbonden aan de pioniersperiode van de Europese wegracerij.

Op 19 juli 1934 werd Arie van der Pluym onder grote belangstelling begraven op de begraafplaats Crooswijk in Rotterdam.

Zijn bijnaam ‘De Rotterdamse Meteoor’ paste bij zijn explosieve rijstijl en zijn enorme snelheid. Zijn carrière duurde slechts enkele jaren, maar in die korte periode groeide hij uit tot een van de belangrijkste Nederlandse pioniers van de internationale motorsport.

MEMORY LANE

Twee Nederlandse coureurs, twee verschillende tijdperken.

Arie van der Pluym vertegenwoordigde de moed en het improvisatietalent van de pioniersjaren. Van een jonge monteur uit Rotterdam groeide hij uit tot fabrieksrijder voor Husqvarna en uiteindelijk tot een internationale podiumcoureur.

Piet Knijnenburg werd na de oorlog het gezicht van een nieuwe Nederlandse motorsport. Zijn overwinning in de eerste naoorlogse TT van 1946 en zijn zeven Nederlandse titels maakten hem tot een nationale grootheid.

De één kreeg nauwelijks de kans zijn carrière af te maken.
De ander groeide uit tot een levende legende.

Maar beiden schreven hun eigen hoofdstuk in de geschiedenis van de Dutch TT van Assen.

Twee Nederlandse pioniers.
Twee verschillende generaties.
Eén blijvende erfenis.

DE EREGALERIJ VAN ICONISCHE TT HELDENAflevering 16Wayne Rainey – The Master of PrecisionEen blijvende ode aan de mensen,...
05/09/2026

DE EREGALERIJ VAN ICONISCHE TT HELDEN

Aflevering 16

Wayne Rainey – The Master of Precision

Een blijvende ode aan de mensen, machines en momenten die de geschiedenis van de TT van Assen hebben gevormd.

Van Californië naar de Grand Prix

Wayne Rainey werd geboren op 23 oktober 1960 in Downey, Californië. Hij groeide op in een omgeving waarin motorsport een belangrijke rol speelde en begon al jong met minibikes en dirttrack.

Op de losse ondergrond van de Amerikaanse dirttracks ontwikkelde hij een gevoel voor balans, grip en controle dat later ook op het asfalt een belangrijk onderdeel van zijn rijstijl zou worden.

Maar Rainey was meer dan een dirttrackrijder.

Op het asfalt bleek al snel dat hij over een bijzondere combinatie beschikte van snelheid, concentratie en wedstrijdinzicht.

In 1983 veroverde hij op een Kawasaki de AMA Superbike-titel. Na het wegvallen van Kawasaki’s officiële wegraceprogramma kreeg hij van Kenny Roberts een nieuwe kans in Europa.

Die eerste Grand Prix-ervaring kwam in 1984, in de 250cc-klasse met Team Roberts Yamaha. Het seizoen leverde hem één podiumplaats en een achtste plaats in het eindklassement op.

Rainey keerde daarna terug naar Amerika.

Daar werd hij opnieuw sterker.

In 1987 werd hij voor de tweede keer AMA Superbike-kampioen, ditmaal op Honda. In datzelfde jaar won hij bovendien de Daytona 200.

Hij was klaar voor een tweede poging in Europa.

De terugkeer naar de Grand Prix

In 1988 keerde Rainey terug naar het wereldkampioenschap.

Ditmaal in de koningsklasse, de 500cc, voor Kenny Roberts’ Yamaha-team.

Het duurde niet lang voordat hij zich liet gelden.

Tijdens de Britse Grand Prix van 1988 behaalde hij zijn eerste overwinning in de 500cc. Aan het einde van zijn eerste volledige seizoen in de koningsklasse stond hij derde in het wereldkampioenschap.

De combinatie Rainey – Roberts – Yamaha bleek een succesvolle.

Een jaar later werd Rainey vicewereldkampioen achter Eddie Lawson.

Hij was definitief doorgedrongen tot de absolute wereldtop.

De rivaliteit met Kevin Schwantz

Een belangrijk hoofdstuk uit Raineys carrière werd geschreven samen met een andere Amerikaan: Kevin Schwantz.

Hun rivaliteit begon al in de Amerikaanse Superbike-racerij. In 1987 vochten zij om de AMA-titel. Een jaar later kwamen beiden terecht in de 500cc-wereld.

Schwantz reed voor Suzuki.

Rainey voor Yamaha.

Hun verschillende karakters en rijstijlen maakten de duels bijzonder.

Schwantz stond bekend om zijn spectaculaire aanvallen en uitzonderlijke lef. Rainey werd juist geroemd om zijn berekende, vloeiende en constante manier van rijden.

Maar het verschil tussen beide mannen was kleiner dan soms wordt voorgesteld.

Beiden waren absolute toppers.

En beiden konden winnen.

Mr. Consistency

Van 1990 tot en met 1992 was Rainey de te kloppen man.

Met Yamaha werd hij drie jaar achter elkaar wereldkampioen in de 500cc:

🏆 1990
🏆 1991
🏆 1992

In totaal won Rainey 24 Grands Prix in de 500cc en behaalde hij 65 podiumplaatsen.

Zijn kracht lag niet alleen in pure snelheid.

Hij kon een race lezen.

Hij kon zijn banden sparen.

Hij kon een voorsprong opbouwen en vervolgens ronde na ronde hetzelfde hoge tempo vasthouden.

Yamaha beschreef later zelfs het ontstaan van een zogenoemd “Rainey Pattern”: wanneer hij eenmaal de leiding had genomen, kon hij de race controleren en de voorsprong tot de finish vasthouden.

Dat was misschien wel de essentie van Wayne Rainey.

Geen onnodige show.

Geen overbodige beweging.

Wel snelheid, concentratie en controle.

Assen – zijn mooiste én pijnlijkste herinnering

Het oude TT Circuit Assen paste uitstekend bij Raineys rijstijl.

In 1989 behaalde hij er zijn eerste overwinning in de 500cc-Dutch TT.

Kevin Schwantz leek lange tijd op weg naar de overwinning, maar kreeg in de slotfase te maken met een technisch probleem. Rainey profiteerde en pakte de overwinning vóór Eddie Lawson en Christian Sarron.

In 1990 werd Rainey tweede achter Schwantz.

Maar vooral de TT van 1991 bleef in zijn geheugen gegrift.

Rainey reed een sterke race en leek op weg naar de overwinning. In de laatste chicane ging hij echter iets te diep en kwam hij door het gras. Schwantz profiteerde onmiddellijk en won de race. Wayne Gardner werd derde.

Jaren later zou Rainey deze race nog altijd noemen als een van de races die hij het liefst had willen overdoen.

Assen was voor hem dus meer dan alleen een succesvol circuit.

Het was een plaats waar hij won.

Maar ook een plaats waar hij een overwinning verloor.

1993 – de dag waarop alles veranderde

In 1993 ging Rainey op jacht naar zijn vierde wereldtitel op rij.

Na de Grand Prix van Tsjechië stond hij bovenaan in het kampioenschap en had hij een voorsprong van elf punten op zijn grote rivaal Kevin Schwantz.

Op 5 september 1993 volgde de Grand Prix van Italië op het circuit van Misano.

Tijdens de race kwam Rainey ten val terwijl hij aan de leiding reed.

De crash maakte een einde aan zijn carrière.

Hij liep een ernstige dwarslaesie op als gevolg van een breuk van de zesde borstwervel (T6). Sindsdien is hij vanaf de borst verlamd.

De regerend wereldkampioen zou nooit meer als Grand Prix-coureur op de baan verschijnen.

Maar zijn betrokkenheid bij de motorsport eindigde daar niet.

Een nieuw leven in de racerij

Al in 1994 keerde Rainey terug in de Grand Prix-paddock, ditmaal als teammanager.

Hij bleef betrokken bij Yamaha en begeleidde jonge rijders en technische projecten. Later werd hij een van de belangrijkste gezichten achter de ontwikkeling van de Amerikaanse wegracerij.

Sinds 2014 is hij president van MotoAmerica, de organisatie achter het Amerikaanse Superbike-kampioenschap. Daarmee bleef hij zich inzetten voor de ontwikkeling van een nieuwe generatie Amerikaanse racers.

Wayne Rainey rijdt opnieuw

In 2019 stapte Rainey voor het eerst sinds zijn ongeval weer op een motor tijdens het Sound of Engine Festival op het circuit van Suzuka.

Maar in 2022 volgde een nog indrukwekkender moment.

Tijdens het Goodwood Festival of Speed keerde Rainey terug op zijn Yamaha YZR500 uit 1992, de machine waarmee hij zijn derde wereldtitel had gewonnen.

Yamaha had de motor speciaal aangepast.

De versnellingsbediening werd naar het stuur verplaatst en ook de achterrem werd met handbediening toegankelijk gemaakt. Daardoor kon Rainey de machine met zijn handen bedienen.

Hij reed vervolgens opnieuw de beroemde Goodwood-heuvel op.

Bijna dertig jaar na zijn laatste Grand Prix.

Het was geen comeback.

Het was iets anders.

Een ontmoeting tussen een kampioen en de machine waarmee hij geschiedenis had geschreven.

Wayne Rainey – The Master of Precision

3 wereldtitels.
24 Grand Prix-overwinningen.
65 GP-podiumplaatsen.
AMA Superbike-kampioen in 1983 en 1987.
Dutch TT-winnaar in Assen in 1989.

Maar zijn betekenis voor de motorsport gaat verder dan cijfers.

Wayne Rainey was een coureur die snelheid combineerde met controle en wedstrijdinzicht.

Een rijder die drie wereldtitels op rij behaalde.

Een kampioen die na zijn carrière-einde niet uit de motorsport verdween, maar juist een nieuwe rol vond binnen de sport.

En een man die uiteindelijk opnieuw op zijn Yamaha stapte.

Wayne Rainey – The Master of Precision.

Een kampioen op de baan.

En een voorbeeld van volharding daarbuiten.

MEMORY LANE – DE EREGALERIJ VAN ICONISCHE TT-HELDENEen blijvende ode aan de mensen, machines en momenten die de geschied...
30/08/2026

MEMORY LANE – DE EREGALERIJ VAN ICONISCHE TT-HELDEN

Een blijvende ode aan de mensen, machines en momenten die de geschiedenis van de TT van Assen hebben gevormd.

Aflevering 15

Jimmie H. Simpson & Walfried Winkler

Schotse vasthoudendheid en Duitse techniek

Tijdens de Dutch TT van 1934 schreven Jimmie H. Simpson en Walfried Winkler geschiedenis. De Schot won op zijn Norton overtuigend de 350cc-race, terwijl de Duitser op een DKW de 250cc-race én de Europese titel veroverde.

Daarmee werden zij twee van de vier coureurs die tijdens de historische TT van 1934 een Europese titel veroverden. Yvan Goor werd Europees kampioen in de 175cc-klasse, Walfried Winkler in de 250cc-klasse, Jimmie Simpson in de 350cc-klasse en Pol Demeuter in de 500cc-klasse.

Twee landen, twee verschillende karakters en één onvergetelijke TT maakten deze editie tot een bijzonder hoofdstuk in de geschiedenis van de internationale motorsport.

Jimmie H. Simpson

De onverzettelijke Schot

Jimmie H. Simpson werd in 1898 geboren in Carstairs, Schotland. Hij groeide uit tot een van de succesvolste Britse motorcoureurs van de jaren twintig en dertig.

Zijn carrière begon op de legendarische Isle of Man TT, waar hij al vroeg zijn uitzonderlijke snelheid liet zien. Materiaalpech ontnam hem meerdere keren een goed resultaat en bezorgde hem de bijnaam “Unlucky Jim”.

Als fabrieksrijder van AJS behaalde Simpson zijn eerste grote successen. In 1929 maakte hij de overstap naar Norton, waarmee hij zijn naam definitief vestigde. Zijn technische beheersing, snelheid en aanvallende rijstijl maakten hem tot een van de meest gerespecteerde coureurs van zijn generatie.

Simpson werd viermaal Europees kampioen in de 350cc-klasse en veroverde daarnaast in 1926 de Europese titel in de 500cc-klasse. Daarmee verzamelde hij in totaal vijf Europese titels.

Een historisch hoogtepunt volgde in 1931, toen Simpson de eerste coureur werd die op de beroemde Snaefell Mountain Course op het Isle of Man een ronde aflegde met een gemiddelde snelheid van 80 mijl per uur. Daarmee schreef hij opnieuw geschiedenis op het legendarische stratencircuit.

Zijn grootste succes op Nederlandse bodem behaalde hij tijdens de Dutch TT van 1934. Op zijn Norton won hij overtuigend de 350cc-race en stelde daarmee tevens zijn vierde Europese titel in deze klasse veilig. Het was bovendien zijn vijfde en laatste Europese kampioenschap.

Ook op de Isle of Man kende Simpson in 1934 een bijzonder moment. Hij won dat jaar de Lightweight TT op een Rudge, waarmee hij eindelijk ook een Isle of Man TT-overwinning aan zijn indrukwekkende palmares toevoegde.

Na zijn actieve loopbaan bleef Simpson nauw betrokken bij de racerij, onder meer via de race-afdeling van Shell. Zijn naam leeft voort in de Jimmie Simpson Trophy, die wordt uitgereikt aan de coureur die tijdens de TT-meeting de snelste ronde rijdt.

Jimmie H. Simpson bleef daarmee niet alleen herinnerd als een uitzonderlijk snelle coureur, maar ook als een technisch begaafde en onverzettelijke racer die tot de absolute top van het vooroorlogse motorracen behoorde.

Walfried Winkler

De Duitse pionier

Walfried Winkler werd in 1904 in Chemnitz geboren en behoorde tot de eerste generatie Duitse motorcoureurs die internationaal doorbrak.

Als fabrieksrijder van DKW stond hij bekend om zijn technische inzicht, nauwkeurigheid en beheerste rijstijl. Daarmee paste hij uitstekend bij de snel groeiende technische ambities van de Duitse motorindustrie.

Zijn grote internationale doorbraak kwam tijdens de Dutch TT van 1934. Op zijn DKW won Winkler overtuigend de 250cc-race en veroverde hij tegelijkertijd de Europese titel in de 250cc-klasse.

Daarmee werd hij één van de vier Europese kampioenen die tijdens de TT van 1934 in Assen werden gekroond. Zijn overwinning onderstreepte niet alleen zijn eigen kwaliteiten als coureur, maar ook de internationale kracht van de Duitse motorindustrie.

In de jaren daarna bleef Winkler succesvol op nationale en internationale circuits. Hij groeide uit tot een van de belangrijkste Duitse coureurs van het midden van de jaren dertig en leverde een belangrijke bijdrage aan de internationale reputatie van de Duitse motorsport.

Na zijn racecarrière bleef hij actief binnen de motorwereld. Walfried Winkler overleed op 14 januari 1982, nadat hij op 77-jarige leeftijd betrokken was geraakt bij een verkeersongeval nabij Heßdorf.

Zijn naam bleef verbonden aan de pioniersjaren waarin Duitse coureurs en fabrikanten zich definitief een plaats verwierven op het internationale toneel.

MEMORY LANE

De Dutch TT van 1934 bracht verschillende stromingen binnen de internationale motorsport samen.

Jimmie H. Simpson vertegenwoordigde de ervaring, snelheid en onverzettelijkheid van de Britse en Schotse racers. Walfried Winkler stond voor de technische ontwikkeling en internationale ambities van de opkomende Duitse motorsport.

Beiden werden in Assen Europees kampioen. Daarmee waren zij twee van de vier Europese kampioenen van de Dutch TT van 1934 – naast Yvan Goor en Pol Demeuter.

Het was een TT waarin vier landen niet, maar uiteindelijk vier Europese titels werden verdeeld over coureurs uit verschillende nationale motorsporttradities. Juist daardoor vormt 1934 een van de meest bijzondere edities uit de vroege geschiedenis van de TT van Assen.

Twee landen. Twee kampioenen. Eén historische TT.

Hun verhalen leven voort.

En precies daarom blijven wij ze vertellen.

Adres

Assen

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Tour de TT nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Snelkoppelingen

Delen