01/12/2016
"Een liefhebber van de geur van Castrol", Janna van Zon in gesprek met Goos Bartels.
Goos Bartels schaart zich in de rij motorliefhebbers die van jongs af aan ‘knoeide' aan brommertjes en houdt van de geur van . ‘Mijn vader vond dat een jongetje van elf toch nog net niet oud genoeg was om de weg op te zoeken. Hij zaagde het frame van mijn brommertje - een eitje met de motor op het voorwiel - door en zo kon ik er nooit harder mee rijden dan ik kon lopen.
Toch kwam er al snel een moment dat hij de strijd opgaf. 'Ach tenslotte was hij zelf ook een groot liefhebber, ik heb het niet van een vreemde.’ Weer een paar jaartjes ouder werd de belangstelling voor de ontwikkeling in techniek groter evenals de lol van het inkopen, verkopen, en motor opvoeren, dit tot groot verdriet van de buren die het racen tussen de kassen knap vervelend vonden. 'Voor mij was het een heerlijke tijd, lekker scheuren op eigen erf.’ Het racen heeft zich inmiddels verplaatst naar de daarvoor geschikte terreinen en wordt nog steeds machtig mooi gevonden.
√ ‘Als het maar lekker hard gaat.’
De laatste jaren is er meer tijd voor de hobby, daarvoor werden vanwege het eigen bedrijf vele dagen per jaar in het buitenland doorgebracht. Van mei tot september wordt er nu twee keer per maand ingeschreven voor de demo’s gereden op de daarvoor geschikte circuits door heel Nederland en ook buiten de landsgrenzen. 'Mijn kinderen noemen het gekscherend “de krasse knarren races.”’ Maar met de zoon wordt ook deelgenomen aan de drie-uur races. ’Wij vormen samen een goed team. Er wordt gereden in verschillende klassen en wie de meest constante rondetijd heeft gereden is de winnaar. En soms rijd ik met mijn schoondochter. Moet je die mannen dan horen! Zij kan altijd rekenen op extra aandacht.
De nuchtere Hollander kan lyrisch worden wanneer hij vertelt over zijn Square Four van 1934. 'Een motor met zo een complete techniek, een 4 cylinder met een bovenliggende nokkenas. In die tijd absoluut uniek. Het is mooi om oud spul weer nieuw leven in te blazen.' In de jaren zestig kwam de grote doorbraak uit Japan. De motoren waren betaalbaar en superieur aan de Engelse motoren. 'Ik heb een zwak voor , hij heeft de plaats ingenomen van de Ariel, hoewel die motor ook nog steeds door mij wordt gekoesterd. Mijn vader had er ook zo één en tja….sentiment speelt mee.’
√ Afspiegeling samenleving
De motorwereld is een volgens Bartels een mooie afspiegeling van de samenleving. ‘Een dwarsdoorsnee, het zijn allemaal mensen die veel voor hun hobby over hebben, de een moet er iedere cent voor omdraaien en de ander kan lekker uitpakken. Maar als wij aan de start staan, de adrenaline door het lijf voelen stromen en die lichte waas voor de ogen hebben dan zijn wij gewoon allemaal het zelfde. En waarvoor? Toch niet voor de eventueel te winnen beker ‘welnee je kan gewoon even lekker alle energie kwijt.’
Daarom wordt er ook met spijt geconstateerd dat het zo jammer is dat door de strengere aangepaste regels de Aalsmeerse HiBRA lijkt te gaan verdwijnen. Omdat “neen” geen optie is voor Goos wordt er gezocht naar een alternatief want een historie van vijftien jaar kan je toch niet zomaar laten verdwijnen, ‘al die tijd en de inzet van de mensen, het kijkplezier, want wat kwam er een volk naar dit geweldige evenement kijken.’
Halverwege het interview wordt duidelijk dat Goos Bartels en Kirsten Verhoef -altijd aanwezig bij de interviews- verre familie van elkaar zijn. ‘Weet je dat ik mijn eerste motor bij jouw vader heb gekocht? Dat was een B 32 350cc.’ Het duo kan er niet over uit. ‘Joh maar dan ben jij er van die en van die, ja ik heb ze goed gekend.’
√ Weer even een kleine jongen
Voor bij het verhaal wordt gezocht naar een geschikte foto. De laptop toont er velen en uiteindelijk wordt gekozen voor een foto met daarop Wil Hartog “De witte reus uit Abbekerk” 'Dat was mijn idool, hij won ooit op deze motor de TT van Assen en kijk degene die er achter rijdt ben ik. Hé…hier word je toch wel weer even een kleine jongen van. Rijden tussen de toppers van toen, het voelt als even de tijd stil zetten. Dan kan je toch even lekker wegdromen.’
De kleine jongen van toen is nu een struise vent die naast racen met de motor ook nog altijd voor vol meedoet aan waterpolo wedstrijden en als je aan zwemwater denkt dan denk je als een rechtgeaarde Aalsmeerder ook meteen aan het Het Oosterbad. Van een patatgeneratie wil hij niet horen. Gewoon lekker in het water springen en leren zwemmen in donker water, ‘Dan weet je pas wat zwemmen is.' Bartels is voorzitter van de club en weet met de vele vrijwilligers ‘ het is voor ons liefdewerk en oud papier' de zaak draaiende te houden. ‘Weet je wat onze rode draad is? De lol die je samen met mensen kunt hebben.’
[tekst Janna van Zon, foto Inge van Hesteren / Festinalente. Dit gesprek is eerder gepubliceerd in de Nieuwe Meerbode Aalsmeer op 17 november 2016]