21/05/2026
- De Mont Ventoux. Mijn zwaarste beklimming, vol uitdaging, doorzetting en onverwachte warmte -
Na vele maanden in stilte te hebben getraind, onder begeleiding van mijn personal trainer Gill, was het onlangs eindelijk zover. De beklimming van de Mont Ventoux vanuit Bédoin is 21,5 kilometer lang en telt maar liefst 1.600 hoogtemeters. Met een gemiddeld stijgingspercentage van 7,5%, en stukken tot 12%, is het een beklimming die je fysiek én mentaal volledig uitdaagt.
Mijn vader liep, in het jaar dat hij 60 werd, de Mont Ventoux op. Dat is nu exact 15 jaar geleden. Mijn moeder en ik stonden toen langs de kant om hem aan te moedigen. Ik ‘probeerde’ het toen eens met de fiets, maar dat was een kleine ramp.
Deze keer was het anders. Ik had maanden getraind. Veel bewuster. Veel gerichter. Ik wist ook beter wat me te wachten stond.
Vorig jaar moesten we helaas afscheid nemen van mijn moeder. Zo jammer om haar er niet bij te hebben, wat missen we haar toch. Maar tijdens deze beklimming voelde het alsof ze er toch bij was. Ik droeg haar regenjas, had haar fietszak mee en ontdekte onderweg toevallig nog een oude zakdoek van haar in die zak.
We vertrokken ’s morgens vanuit Bédoin. De weerapp voorspelde alleen maar regen. Mijn vader en ik bleven heel de tijd naast elkaar rijden. Zelfde tempo. Elkaar aanmoedigen. Af en toe stoppen om iets kleins te eten en te drinken.
Mijn doel was simpel. Conditioneel sterk genoeg zijn om gezellig te kunnen blijven fietsen. Niet kapotgaan zoals jaren geleden. Nog kunnen lachen onderweg, en vooral genieten van de conditie waarvoor ik zovele maanden had getraind. En dit alles samen kunnen beleven met mijn vader, die ondertussen 75 is.
Wat me enorm raakte, was de kameraadschap tussen de vele gedreven wielertoeristen. Maar ook tussen onbekenden langs de weg. Mensen die je aanmoedigen terwijl ze je totaal niet kennen.
Onderweg grapten we nog dat we veel geluk hadden met het weer. Geen regen.
Tot we aan Chalet Reynard kwamen. De plek waar de bomen stoppen en enkel nog een kale berg overblijft. Plots hing er dichte mist en werd het aanzienlijk kouder. We besloten snel door te rijden.
En toen begon het plots... te sneeuwen.
Eerst dachten we nog dat het wat pluisjes waren. Maar nee. Sneeuw. Op de Mont Ventoux. Half mei.
We zagen bijna niets meer door de mist, maar bleven rijden. Tot we eindelijk boven waren. We finishten samen!
Normaal heb je daar een fenomenaal uitzicht over de valleien. Wij zagen niets, tot plots enkele zonnestralen doorbraken en we toch het iconische weerstation zagen verschijnen.
Ik dacht dat ik emotioneel zou worden eens we boven waren, maar door de ijskoude wind hadden we daar geen tijd voor. We namen enkele foto’s en hup, weer naar beneden.
Mijn vader had handschoenen aan. Die van mij waren nat geworden door een lekkende drinkbus. Ik begon aan de afdaling zonder handschoenen.
Na enkele minuten voelde ik mijn handen niet meer. IJsklompjes waar ik geen gevoel meer in had. Ik moest stoppen en zette mijn fiets aan de kant. Mijn spraak viel weg.
Mijn vader probeerde mijn handen nog op te warmen, maar ik ging snel achteruit, raakte duidelijk onderkoeld en viel flauw.
En toen gebeurde iets bijzonders.
Een Franse fietser stopte meteen om te helpen. Even later stopte ook een Poolse man met zijn wagen. Hij woonde al jaren in Amerika en had net zijn zoon opgehaald die de Ventoux had beklommen.
Hij gaf me onmiddellijk zijn warme jas. Dat voelde letterlijk als een warme gloed door mijn lichaam.
Hij zette mij én mijn fiets in zijn auto. Verwarming volle bak.
“What do you do for work?”
“Chocolate workshops.”
Hij begon meteen te lachen.
“Belgian chocolate is the best. In America we have terrible chocolate, do you know why?”
De man, die overigens in de zorg werkte, voelde perfect aan dat dit mijn onderwerp was en hij me zo aan de praat kon houden, want ik was duidelijk de kluts kwijt.
Even later zei hij:
“I’ll buy you a hot chocolate.”
Nooit gedacht dat chocolade letterlijk als redding zou voelen. Die warme chocolademelk bracht opnieuw warmte in mijn lichaam. Maar ook rust.
Want ondertussen fietste mijn vader wel alleen verder naar beneden. De laatste kilometers begon het te regenen en werd de afdaling plots wel heel gevaarlijk. Hij was compleet doorweekt. Eens terug in Bédoin was ik opnieuw beter, en was het mijn b***t om hem te zeggen dat hij droge kleren moest aandoen, want ook hij was zijn kluts kwijt.
Ondernemen lijkt soms op de Mont Ventoux, bedacht ik me tijdens de rit naar beneden. Je geraakt er niet met snelheid en kracht alleen, maar met voorbereiding, doorzetting en de juiste mensen rondom je. Zonder de begeleiding van mijn personal trainer Gill had ik nooit de conditie gehad die ik vandaag heb.
Je bereidt je maanden voor. Je investeert tijd en energie. Je doet een conditietest die je vertelt dat je goed bezig bent. Je denkt dat je controle hebt. Tot het plots ijskoud wordt, er mist opduikt, sneeuw valt en je compleet uit je comfortzone wordt gehaald.
Maar onderweg ontdek je ook iets anders.
Dat je er niet alleen voor staat.
Dat mensen elkaar helpen.
Dat warmte soms uit onverwachte hoek komt.
En dat doorzetten niet altijd betekent dat je alles alleen moet doen.
Soms betekent het gewoon blijven trappen. Meter per meter.