20/01/2026
De legende van de witte gans,
een verhaal uit Ulvenhout
Columniste Karien Damen van OnsUlvenhout.nl liet zich inspireren door het schilderij van Ge Smit tijdens onze Lichtwandeling Ulvenhout en schreef deze legende:
"Er komt onweer aan jongen, je kunt beter maar meteen naar huis gaan."
Koen en zijn opa, tegenover hem, kijken allebei verstoord op als oma haar hoofd om de hoek van de kamerdeur steekt. Ze gingen allebei volledig op in het schaakspel dat tussen hen in staat.De witte dame van Koen stond op een positie van acuut gevaar. Zijn hand zweefde net naar een van de lopers.
Zijn opa kijkt nu naar buiten, waar het midden op de dag donker aan het worden is. Koen volgt zijn blik. Aan de takken van de boom voor het huis is te zien dat er nu ook meer wind staat.
"Kan de jongen niet beter hier blijven tot de bui over is?"
"Zijn moeder wacht op hem en als hij over de Ulvenhoutselaan fietst kan hem weinig gebeuren."
"Opa, als alles zo mag blijven staan, kunnen we vrijdag toch het spel afmaken?"
"Dat doen we, dan kun je ook nog nadenken over je witte dame, trek maar snel je jas aan." Hij knipoogt naar Koen.
Voor het huis haalt Koen zijn fiets van het slot. Zwaait nog eens naar zijn grootouders die samen in de deuropening staan. Met de wind in de rug, fietst hij de Burgemeester Pastoorsstraat uit. Aan het einde van de straat twijfelt hij. Als hij nu gewoon langs de Mark terugfietst, is hij veel sneller thuis dan over de UIvenhoutselaan. Een beetje nat worden, is toch niet erg? Hii kijkt nog eens om. Ze kunnen hem nu toch niet meer zien. Vlug steekt hij de Werfstraat over. Hup, in de richting van de Duivelsbruglaan gaat het.
Al snel is hij een eindje op weg over het fietspad langs de Mark. Boven zijn hoofd vliegt een stel gakkende ganzen hem vooruit. Zijn snelheid en de wind door zijn haren, maken dat hij enthousiast terug gaat gakken. Achter hem hoort hij gerommel. Die bui zal hem niet inhalen, stevig trapt hij door. Ineens wordt het pad voor hem fel verlicht. Een paar tellen later kraakt de lucht van de daaropvolgende donderslag.
Dat was heel dichtbij, schrikt Koen. En waar hij nu rijdt, is het helemaal open. Wat moest je ook alweer doen als je door onweer overvallen werd in het open veld? Gaan liggen, dat was het. Even verderop ziet hij een bosje, dat haalt hij wel voor de voor de volgende klap. Nee, nu begint het ook nog te regenen. Steeds harder fietst hij, zijn longen barsten bijna. Steeds harder valt ook de regen op hem neer. Alsof hij Koen wil tegenhouden. Bij het bosje aangekomen, laat Koen zich met fiets en al vallen.
Dat is net op tijd. Want opnieuw licht de wereld op. De donder is er bijna op hetzelfde noment. De grond onder hem trilt ervan. Gelukkig lijkt dat na even wachten ook de laatste klap geweest te zijn. Hij hoort nu alleen nog maar regen. Regen die in een zachte cadans uit de lucht valt. Nu de spanning wat wegebt, snuift hij de geur van Rotterdam bladeren op. Vanuit zijn schuilplaats ziet hij plotseling een witte gans tussen het riet.
Ze richt zich op alsof ze weg wil vliegen. Als ze haar vleugels uitslaat ziet hij dat het een vrouw is met lange witte haren. Toch is ze niet oud. Haar bleke lippen bewegen. Het is alsof ze hem iets wil zeggen. Ze strekt haar armen "Kom mijn kind, kom in mijn armen, het water zal je warmen. Kom in mijn armen en het water zal je warmen. Kom mijn kind, ik weef voor je een bed van riet, dan vergeet je al je verdriet." Haar stem sust hem langzaam in slaap. Hij wil niets liever dan het water in glijden...
… “Het gaat al wat beter, zo te zien”
Koen opent langzaam zijn ogen. Een vrouw reikt hem een handdoek aan. Ze heeft een vriendelijk gezicht en een dikke bos rode krullen.
“Geef je jas maar aan mij, dan hang ik hem bij de kachel te drogen. Je was bijna het water in gegleden. Je fiets heb ik tegen de wagen gezet.”
De wagen, denkt Koen. Waar is hij beland? Gelijk kijkt hij eens goed om zich heen. De ruimte is helemaal van hout en vol gehangen met foto’s en schilderijen.
“Dat is allemaal van vroeger toen ik met mijn vader, moeder en zusje over de aarde zwierf, wij waren reizigers. Blijf maar rustig zitten dan schenk ik een kopje thee voor je in. Daarna kun je wel naar huis, denk ik.”
“Ik dacht dat ik een gans zag bij het water, maar het was een vrouw.”
“Je hebt haar gezien! Dat is heel bijzonder. Het is de witte gans van de legende, die de mensen hier zijn vergeten. Heel lang geleden stonden er enkele boerderijen langs de oever van de Mark. Een ganzenhoedster wilde haar lievelingsgans redden die vastzat in het riet. Ze viel en is toen meegesleurd door de rivier. Van Gwendolyn, zo heette ze, is nooit meer iets teruggevonden.”
Ze zijn allebei even stil. Koen voelt een waas van verdriet over zich heen komen. Dan herinnert hij zich nog iets. “Daarna zag ik een stoet blauwe lichtjes voorbijtrekken. De vrouw in het wit vertoonde zich toen niet meer.”
“Ja dat zijn de blauwe reizigers van weleer die over Ulvenhout en de mensen die er wonen waken. Ze hebben Gwendolyn gemaand om je met rust te laten. Soms probeert ze een eenzame voorbijganger het water in te lokken. Dat kunnen ze natuurlijk niet toestaan.” Koen rilt bij de gedachte aan wat hem had kunnen overkomen.
Dan klinkt er een zachte gong, het geluid komt van een grote staande klok in de hoek bij de kachel. Tot zijn grote schrik ziet Koen dat het al bijna half acht is. “Ik moet onmiddellijk naar huis, mijn moeder zal vreselijk ongerust zijn.”
“Maak je geen zorgen, dat regel ik wel voor je. Ga maar gauw.”
De volgende ochtend wordt Koen wakker in zijn eigen bed. Een zonnestraal kriebelt over zijn neus. Hij heeft heerlijk geslapen en iets gedroomd over witte ganzen, blauwe lichtjes en een woonwagen. Of was het echt gebeurd?
Beneden zit zijn moeder al aan het ontbijt. “Ik wilde je net wakker gaan maken. Het is al laat, ik heb je brood voor tussen de middag alvast klaargemaakt.” Ze schuift het trommeltje naar hem toe. Koen peilt de stemming van zijn moeder.
“Was ik niet erg laat thuis gisteravond”, begint hij voorzichting.
Ze kijkt verbaasd op. “Nee hoor, helemaal niet, we hebben samen gezellig zitten eten.”
Was het dan toch een droom geweest? Koen besluit op weg naar school maar eens te kijken of hij de woonwagen terug kan vinden. Langs de Mark lijkt het of er nooit een woonwagen heeft gestaan. Als Koen van zijn fiets stapt om te kunnen zien of er sporen in het gras zijn, vliegt er ineens een witte gans op uit het riet. Luid gakkend vliegt hij in de richting van de kerktoren.